Wetgeving
Gedragscode ongewenst gedrag toch niet verplicht: wat blijft er over?
Het kabinet trok het wetsvoorstel voor een verplichte gedragscode in juni 2026 in. De PSA-zorgplicht en RI&E-verplichtingen rond psychosociale arbeidsbelasting blijven gelden.
Door Jeroen Jansen · LinkedIn8 min leestijd
Kort antwoord
Nee, er komt geen wettelijk verplichte gedragscode ongewenst gedrag. Minister Aartsen meldt dit in zijn Kamerbrief Voortgang gezond en veilig werken van 8 juni 2026 aan de Tweede Kamer: "Alles overwegende kiest dit kabinet er dan ook voor om een gedragscode niet wettelijk voor te schrijven." Reden: uit bestaande cijfers (NEA en WEA) kan geen causaal verband worden aangetoond tussen een gedragscode en minder ongewenst gedrag, en het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) beoordeelde de onderbouwing van het wetsvoorstel als onvoldoende.
De onderliggende verplichting om beleid te voeren tegen psychosociale arbeidsbelasting (PSA), artikel 3 lid 2 Arbeidsomstandighedenwet, blijft echter onverkort gelden, gedragscode of niet. Een apart wetsvoorstel over een verplichte vertrouwenspersoon (initiatiefvoorstel-Patijn, Eerste Kamer-dossier 35.592) is nog in behandeling bij de Eerste Kamer en niet aangenomen.
De verplichte gedragscode per 1 juli 2026 zou een harde deadline worden voor elke werkgever met 10 of meer medewerkers. Het kabinet trok het voorstel echter in juni 2026 in, maar de onderliggende zorgplicht verdween niet mee.
Een ingetrokken wetsvoorstel, geen ingetrokken opgave
Voor veel KAM- en HR-managers stond de gedragscode-verplichting al een tijd op de radar. Nu die verplichting is geschrapt, ontstaat een risico in twee richtingen. De ene groep organisaties denkt dat de hele kwestie van tafel is en laat ook de onderliggende PSA-aanpak links liggen. De andere groep heeft al tijd gestoken in een gedragscode-traject dat niet meer wettelijk verplicht is. Beide reacties missen wat de minister zelf in zijn brief aangeeft: de verplichting tot een schriftelijke code verdwijnt, maar de minister "blijf[t] bedrijven aansporen om maatregelen te nemen die sociale veiligheid op de werkvloer vergroten" en zet in plaats daarvan in op een sectoraanpak en publiekscampagnes.
Wat is er precies gebeurd?
Volgens de Kamerbrief Voortgang gezond en veilig werken (Kamerstuk 25 883, nr. 549, 8 juni 2026):
- In het kader van het Nationaal Actieprogramma aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld werkten vorige kabinetten aan een wettelijk verplichte gedragscode en andere maatregelen.
- Uit bestaande cijfers (Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden en Werkgevers Enquête Arbeid) kan niet causaal worden aangetoond dat een gedragscode ongewenst gedrag terugdringt.
- Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) achtte de onderbouwing van het wetsvoorstel vanuit regeldrukperspectief onvoldoende en bracht een negatief advies uit.
- De minister erkent dat er wél aanwijzingen zijn dat gedragscodes kunnen bijdragen, maar vindt dat dit een wettelijke verplichting niet rechtvaardigt, mede gelet op de kabinetsambitie om regeldruk meetbaar te verminderen.
- In plaats daarvan verkent de minister een sectoraanpak, publiekscampagnes en een plek voor sociale veiligheid binnen de Duurzame inzetbaarheidsagenda (DI-agenda).
Zie ook het overzicht Arbowet 2026: wat verandert er? voor alle wijzigingen die wél zijn doorgevoerd, waaronder de raadplegingsplicht sinds 1 juli 2026.
Wat blijft er wél gelden?
Drie zaken staan los van het geschrapte wetsvoorstel:
- De PSA-zorgplicht (artikel 3 lid 2 Arbeidsomstandighedenwet). De wet bepaalt: "De werkgever voert, binnen het algemeen arbeidsomstandighedenbeleid, een beleid gericht op voorkoming en indien dat niet mogelijk is beperking van psychosociale arbeidsbelasting." Dit is een bestaande, ongewijzigde wettelijke plicht. Psychosociale arbeidsbelasting omvat onder meer seksuele intimidatie, agressie en geweld, pesten en werkdruk.
- De RI&E-verplichting om PSA-risico's te inventariseren en te voorkomen of beperken. Werkgevers moeten fysieke belasting én psychosociale arbeidsbelasting zoveel mogelijk voorkomen en dit vastleggen in beleid. Lees meer over de RI&E-verplichting.
- Het initiatiefvoorstel-Patijn over de verplichte vertrouwenspersoon (dossier 35.592). Dit is een volledig los wetstraject: een initiatiefwetsvoorstel dat via een andere procedure loopt dan het geschrapte gedragscode-voorstel. Het ligt nog bij de Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Wordt dit alsnog aangenomen, dan geldt die verplichting los van de nu geschrapte gedragscode-eis.
Waarom dit vaak verkeerd wordt begrepen
- "Geen wet, dus geen actie" — de aanname dat met het schrappen van de gedragscode-verplichting ook de PSA-zorgplicht is vervallen. Artikel 3 lid 2 Arbowet bestond al vóór het geschrapte voorstel en verandert er niet door.
- Verwarring tussen twee losse wetstrajecten — de gedragscode (kabinetsvoornemen, geschrapt) en de vertrouwenspersoon (initiatiefvoorstel-Patijn, nog in behandeling) worden vaak als één dossier behandeld, terwijl het gaat om twee aparte trajecten.
- Geen bewijs van gevoerd beleid. Ook zonder verplichte gedragscode blijft de eis dat er daadwerkelijk PSA-beleid is gevoerd, zoals artikel 3 lid 2 Arbowet voorschrijft.
Wat moet u vandaag controleren?
- Staat psychosociale arbeidsbelasting (PSA) als apart onderdeel in uw actuele RI&E, met concrete maatregelen in het Plan van Aanpak?
- Is er een vorm van beleid tegen pesten, agressie, discriminatie en seksuele intimidatie, ook al is dit niet in een verplichte gedragscode gegoten?
- Heeft u voor de zekerheid al een gedragscode-traject lopen op basis van de oude aankondiging? Beoordeel of dit alsnog waarde heeft als vrijwillig instrument.
- Weet u het verschil tussen de status van de gedragscode-verplichting (geschrapt, Kamerbrief 8 juni 2026) en de vertrouwenspersoon-verplichting (nog in behandeling bij de Eerste Kamer, dossier 35.592)?
Gevolgen bij een inspectie
De Kamerbrief van 8 juni 2026 bevat geen aankondiging van specifieke handhaving op het ontbreken van een gedragscode, logisch omdat de wettelijke basis daarvoor er niet is gekomen. Het blijft echter zo dat PSA-beleid onderdeel is van de bestaande RI&E- en Plan van Aanpak-verplichtingen onder de Arbowet. Dat risico bestond al vóór het geschrapte wetsvoorstel en verandert er niet door.
Praktisch stappenplan
- Actualiseer uw RI&E: neem PSA expliciet op als risicocategorie met maatregelen en eigenaar
- Beoordeel bestaande gedragscode-trajecten: behouden als vrijwillig instrument of herformuleren als PSA-beleid
- Volg de status van het initiatiefvoorstel vertrouwenspersoon (dossier 35.592) apart van de gedragscode
- Leg vast welk PSA-beleid u voert en hoe werknemers worden geïnformeerd
- Start met de gratis compliance scan voor een nulmeting
Hoe Mr. Safety helpt
- PSA als vast onderdeel van de RI&E-cyclus, met signalering wanneer dit onderdeel verouderd is of ontbreekt.
- Beleidsbibliotheek met leesbevestiging: beleid tegen ongewenst gedrag digitaal verspreiden en per medewerker vastleggen wie het heeft gezien en begrepen.
- Compliance-overzicht per locatie signaleert automatisch als PSA een aandachtspunt is, ongeacht de beleidsvorm.
- Kenniscentrum-artikelen over actuele wetgeving, zodat u snel ziet welk wetsvoorstel is geschrapt, aangenomen of nog in behandeling is.
Volgende stap
Zet compliance-kennis om in actie
Mr. Safety bundelt RI&E, BHV, keuringen en incidenten in één platform, met realtime overzicht voor al uw locaties.
Specifiek voor dit onderwerp: Bekijk het platform →
Gerelateerde artikelen
Raadplegingsplicht Arbowet: wat moet u nu doen?
Sinds 1 juli 2026 moet u werknemers aantoonbaar raadplegen over RI&E, BHV en arbodienstverlening. De Arbeidsinspectie mag sinds die datum op handhaven.
RI&E verplicht? Alles over de risico-inventarisatie en -evaluatie
Ja: elke werkgever met personeel moet een RI&E hebben, inclusief een Plan van Aanpak.
Arbowet 2026: de bevestigde en de voorgenomen wijzigingen op een rij
De bevestigde Arbowet-wijziging per 1 juli 2026 is de aanscherping van artikel 12: actieve raadpleging van werknemers over het arbobeleid.
